Suchbegriff:

Niederländische Drogenpolitik - Referat



NIINHOUDSOPGAVE

pagina
Hoofdstuk 1 Waarom heb ik voor dit onderwerp gekozen ? 2

Hoofdstuk 2 Ontwikkeling van het Nederlandse drugsbeleid 2

Hoofdstuk 3 Uitwerking van het gedoogbeleid op crimineel
gedrag 4

Hoofdstuk 4 Problematiek van drugszaken over de grens 5

Hoofdstuk 5 Vooruitzichten voor de grensregio Aken-Kerkrade 7

Hoofdstuk 6 Het "Oranje-gevoel" 8


Lijst van bronnen






1 Waarom heb ik voor dit onderwerp gekozen ?

Het Nederlandse gedoogbeleid is een onderwerp waar iedereen, die in de grensregio Duitsland-Nederland woont, wel eens over nagedacht heeft. In het Europa van heden versmelten de grenzen en gelijktijdig versmelten ook de wetten van de betreffende landen. Het ligt dus voor de hand dat het gedoogbeleid minstens de mensen aangaat, die langs de Duits-Nederlandse grens wonen.

Bovendien spelen drugs in het leven van veel jongeren - waaronder een aantal goede vrienden van mij - een belangrijke rol. Het gebeurt steeds vaker dat jonge volwassenen zorgeloos de kans op behoorlijk onderwijs of een zekere beroepsopleiding verspelen, wat onder andere aan het oplopende drugsgebruik te wijten is.

Daar komt bij dat in de actuele Nederlandse politiek inzake softdrugs¬beleid een en ander is veranderd. Als je naar de berichten in de media kijkt valt snel op dat op korte of lange termijn een verandering in het gedoogbeleid zal komen.

Samenvattend kan ik als burger van de grensstad Herzogenrath zeggen dat het gedoogbeleid mijn levenssfeer en dus ook mijzelf onmiddellijk aangaat. Aan de ene kant vind ik het belangrijk en aan de andere kant interessant om een onderwerp van dergelijke actualiteit uitgebreid te behandelen.

Daarom heb ik voor dit onderwerp gekozen.


2 Ontwikkeling van het Nederlandse drugsbeleid

In Nederland wordt de wet betreffende verdovende middelen de 'Opiumwet' genoemd. Deze wet werd in 1976 herzien. Vanaf deze tijd wordt er onderscheid gemaakt tussen soft- en harddrugs. Softdrugs zijn hasj en marihuana, harddrugs zijn onder andere heroïne, cocaïne, LSD, speed en XTC. Nieuw sinds 1976 is ook dat het gebruik van softdrugs wordt gedoogd. Gedoogbeleid is het beleid van een bestuursorgaan om overtredingen van een bepaalde wet niet te vervolgen. Met betrekking tot softdrugs betekent dit dat hoewel de verkoop van kleine hoeveelheden softdrugs in coffeeshops strafbaar is, wordt er alleen een strafvervolging ingesteld indien de bezitter van een coffeeshop een van de volgende algemene voorwaarden overtreedt:

• verkoop van maximaal 5 gram per persoon per transactie
• geen verkoop van harddrugs
• geen reclame
• geen overlast voor de buurt
• geen verkoop van drugs aan jongeren onder de 18 jaar
• geen toegang tot coffeeshops voor minderjarigen

De wietteelt is ook na 1976 nog steeds illegaal gebleven.

Vanaf 1996 wordt de gemeenten het recht toegestaan om hun eigen coffeeshopbeleid te voeren. Daarbij vindt een regulering door middel van een vergunningenstelsel plaats met het doeleinde om het woon- en leefklimaat te beschermen door vermindering van het aantal coffeeshops.

In 2004 verscherpt de regering bij de zogenoemde cannabisbrief het cannabisbeleid. Het gebruik van cannabis moet worden teruggedrongen en een drugs preventieplan voor risicogroepen moet worden ontwikkeld.
Deze ingrepende maatregelen zijn een aanwijzing voor de grote veranderingen die vanaf dit moment in het drugsbeleid van Nederland zullen komen. Al gauw daarna, namelijk in oktober 2008, stoppen de burgemeesters van de grenssteden Roosendaal en Bergen op Zoom het gedoogbeleid en sluiten alle coffeeshops vanwege overlast van drugstoeristen.

Deze maatregel kan worden beschouwd als een belangrijke stap in het drugsbeleid van heel Nederland, dat tientallen jaren ongewijzigd van kracht was. Een zo langdurige rechtsopvatting heeft uiteraard zijn voorstanders, die tegen een algemeen cannabisverbod argumenteren.
Het meningsverschil op dit gebied houdt de lokale, de regionale en de landelijke overheid bezig. Vooral in de afgelopen maanden werden ook door deskundigen verschillende opvattingen over dit onderwerp geuit.


3 Uitwerkingen van het gedoogbeleid op crimineel gedrag

De burgemeester van Maastricht, Geert Leers, is een voorstander van het gedoogbeleid. Volgens hem gebruiken mensen drugs, onafhankelijk van het feit of het gebruik ervan legaal of illegaal is. Daarmee bedoelt hij dat indien het gedoogbeleid wordt afgeschaft de mensen wel drugs blijven gebruiken, waardoor zij echter in een crimineel milieu terecht komen. Als gevolg daarvan staat te verwachten dat de gebruikers van softdrugs ook zullen overgaan tot het gebruik van harddrugs. Zodra de handel in softdrugs illegaal is, zal ook de handel in harddrugs oplopen. In verband daarmee is de toename van geweldsmisdrijven, die in dit milieu vaak gebeuren. Om deze ontwikkeling te voorkomen, pleit Geert Leers ervoor om door te gaan met het gedoogbeleid.

Aan de andere kant treedt de burgemeester van Kerkrade, Jos Som, als voorstander van stoppen met het gedoogbeleid op voor een verbod van softdrugs in heel Nederland. Volgens hem is er "in de afgelopen jaren gebleken dat er een verandering is gekomen in de samenleving." Toen het gedoogbeleid werd ingevoerd was de handel in softdrugs minder commercieel dan op heden. Thans verkopen veel bezitters van coffeeshops ongeoorloofd ook harddrugs om meer te verdienen.

Bovendien bestaat er een verband tussen softdrugs en crimineel gedrag: vooral jongeren die softdrugs gebruiken komen vaker met de politie of justitie in aanraking. "De criminaliteit neemt fors toe."

Het gedoogbeleid is in strijd met de illegale teelt van wiet. Deze is "in handen van de georganiseerde criminaliteit" en gebeurt aan de "achterdeur". Het vermoeden bestaat terecht dat via de "achterdeur" ook harddrugs worden bezorgd, want als de bezitter van een coffeeshop sowieso drugs aankoopt kan het hem nauwelijks schelen of het softdrugs of harddrugs betreft. De burgemeester van Eindhoven, Rob van Gijzel, stelt in dit verband voor dat "het vervaardigen van drugs in Nederland gelegaliseerd moet worden." Als gevolg daarvan zal alles wat met drugs te maken heeft niet langer aan het criminele milieu worden toegerekend. Ook maakt de legalisering de drugsmafia overbodig en dringt hem van de markt.

Drugshandel gebeurt echter niet alleen in coffeeshops, maar ook in woningen, die in gewone woonwijken liggen. "Criminele bendes huren en kopen panden van waaruit zij illegaal drugs verkopen." Dit bezorgt niet geringe overlast aan de omwonenden, want verbonden aan deze illegale drugspanden zijn er vaak de zogeheten "drugsrunners", die op straat rondlopen, rijdende voertuigen stoppen en de inzittenden belagen om naar het bepaalde adres te gaan en daar drugs te kopen.


4 Problematiek van drugszaken over de grens

Bovenop de problematiek van coffeeshops komt er nog de problematiek van drugszaken die niet alleen op Nederlands staatsgebied gedaan worden, maar waarbij ook het buitenland betrokken is. De burgemeester van Venlo, Hubert Bruls, zegt dat de drugs in coffeeshops vooral "aan Duitsers worden verkocht" . Een oplossing voor dit probleem zou zijn dat een pasjessysteem wordt ingevoerd. Er bestaan drie voorstellen voor een pasjessysteem, die echter in de praktijk een en ander probleem opleveren. Deze voorstellen zijn als volgt:


pasjessysteem 1: coffeeshops mogen alleen aan Nederlanders verkopen.
Het nadeel van dit voorstel is dat het wettelijk niet mag. In Maastricht is al een proces geweest waarbij door de rechter werd geoordeeld dat een coffeeshop geen onderscheid mag maken tussen Nederlanders en buitenlanders (discriminatie).
pasjessysteem 2: geen onderscheid tussen nationaliteit maar tussen inwoners en niet-inwoners van een gemeente.
pasjessysteem 3: invoer van pasjes om te voorkomen dat een klant in meerdere coffeeshops drugs koopt of meermaals per dag achter in de rij aansluit en dus meer dan de toegestane hoeveelheid wiet krijgt.

Zolang buitenlanders naar Nederland komen om drugs te kopen bestaan er verschillende problemen zoals straatoverlast, fout parkeren, roekeloos rijden, herrie en wild plassen.

Met deze feiten op de achtergrond
zegt Gerd Leers, de burgemeester van Maastricht, dat de coffeeshops uit de steden moeten verdwijnen. Het positieve gevolg daarvan zou zijn dat er een einde zou komen aan overlast door drugsrunners, want in de stad kunnen zij gemakkelijker hun gang gaan dan op het platteland waar de anonimiteit kleiner en de sociale controle sterker is.

Deze houding wordt tegengesproken door het argument dat het in het belang van de bezitters van "gewone" winkels is om zo veel mogelijk potentiele klanten binnen de steden te houden. Een verbod van coffeeshops zou aanzienlijke schade toebrengen aan de commerciele activiteit in het centrum van de steden.

Maar drugstoerisme is niet de enige bron van criminaliteit. Zoals in hoofdstuk 2 uitgelegd, bestaat er een tegenspraak tussen gedoogbeleid (verkoop van softdrugs is gedoogd) en wettelijk verbod van wietteelt ("achterdeur"-problematiek). Dit is de reden waarom steeds meer hennepplantagen in het buitenland (Duitsland, België, Frankrijk) worden aangelegd. In deze landen neemt justitie natuurlijk ook maatregelen om de strafbare hennepteelt tegen te gaan. Bij voorbeeld gebruikt de politie helicopters met speciale kamera's om de lampen, die voor de hennepteelt nodig zijn en veel hitte afstralen, op te sporen. Door de inzet van deze en andere bijzondere opsproringsmethoden slaagt de politie steeds vaker erin hennep-plantagen te ontdekken en de illegale telers aan te houden.

Cyrille Fijnaut, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Tilburg, heeft dit in haar stelling duidelijk samengevat.
"Waarom zouden Fransen dan nog helemaal naar Maastricht (...) rijden ? Die drugstoeristen kunnen in hun thuisland illegaal alles krijgen wat van hun gedaging is." Ook in andere landen zijn drugs illegaal verkrijgbaar, en als in Nederland het gedoogde aanbod wordt verminderd, zou dat tot een vermindering van het drugstoerisme en zijn overlast leiden.


5 Vooruitzichten voor de grensregio Aken -Kerkrade

Om te beginnen zal ik hier een paar woorden zeggen over de consequenties van de zogeheten softdrugs zoals ik ze zelf op straat heb leren kennen. Softdrugs zijn in Nederland gedoogd omdat zij – in tegenstelling tot heroïne of cocaïne - niet tot lichamelijke verslaafdheid leiden. Ik heb echter al vaak beleefd dat mensen een soort ontwenningsverschijnselen vertonen als zij van de ene op de andere dag stoppen met blowen. De reden daarvoor is onmiskenbaar de geestelijke verslaafdheid, die vaak net zo dramatisch kan zijn als de lichamelijke verslaving aan harddrugs. Vooral voor gefrustreerde jongeren zonder perspectief is dit een duurzame methode om in de roes een paar uren hun dagelijkse problemen te vergeten dan wel te verdringen.

Als men veronderstelt dat het gedoogbeleid in Nederland in de komende jaren echt wordt afgeschaft, zal als logisch gevolg daarvan de aankoop van drugs gedeeltelijk van Kerkrade – een paar kilometer naar het oosten – naar Aken gaan verplaatsen.

Zoals in hoofdstuk 3 omschreven, is de stap van softdrugs naar harddrugs heel klein. De gebruikers komen snel in een crimineel milieu terecht waar zij vaak ook harddrugs te koop krijgen aangeboden, of zij willen of niet. Drugsverslaafden zijn bereid om veel of zelfs alles te doen om aan drugs te komen.

Onafhankelijk van verslaving aan softdrugs of harddrugs, zijn gebruikers tot nu toe alleen naar Nederland gegaan om drugs te kopen omdat het "daar makkelijker en goedkoper is om aan drugs te komen dan in Duitsland." Als er een einde komt aan het gedoogbeleid, zal Nederland met het Duitse drugsbeleid overeenkomen. Als gevolg daarvan zal het in Nederland even moeilijk zijn als in Duitsland om drugs te kopen. Daarbij is het zonder enig belang of het softdrugs of harddrugs betreft. De verslaafden aan harddrugs en softdrugs zullen op welke manier dan ook doorgaan met kopen en gebruiken van drugs. De "ontwikkeling" zal alleen erin bestaan dat Nederlanders en Duitsers de drugs in hun eigen land zullen kopen, omdat de wetten van deze landen inzake drugs geen voordeel meer opleveren. Dit betekent dat er geen oplossing van het probleem maar veeleer een verplaatsing van het probleem zou komen.

In dit geval zouden de gedupeerden die mensen zijn waarvoor het gedoogbeleid ooit was bedoeld, voordat het vanwege het verslavings- en criminaliteitsprobleem in de verkeerde banen raakte: de gewone aardige vent uit de buurt, die als het kan een keer per maand samen met zijn beste vriend gezellig een jointje rookt. Voor hem zou het zeker geen optie zijn om de drugs bij een illegale dealer te kopen en dan ook nog het risico lopen om betrapt te worden.

Volgens mij zou de afschaffing van het gedoogbeleid alleen een klein gedeelte van het probleem oplossen. Maandenlang zijn de politici discussies over dit onderwerp aan het voeren en zeggen bijna geen woord over de maatregelen die redelijkerwijs aansluitend zouden moeten volgen:
Verslaafden hebben behoefte aan aandacht, hulp, nieuwe perspectieven en kansen. Bovendien zijn er met name in de grensregio waar het aantal drugsgebruikers buitenproportioneel hoog is, veel meer drugscontroles nodig om de echte problematiek, namelijk de verslaving en de criminaliteit, onder de knie te krijgen.


6 Het "Oranje-gevoel"

Na de voordelen en nadelen van dit heel complexe onderwerp grondig te hebben onderzocht, wil ik in dit hoofdstuk de argumenten een beetje van het politieke vlak afhalen. Zoals typisch voor politici, gaan zij alleen in op de feiten en de strikt rationale consequenties die zij daarvan afleiden. Zodoende vergeten zij vaak dat er naast dit vlak ook nog een ander vlak bestaat, een vlak namelijk waar beslissingen juist niet rationaal maar veeleer naar intuïtie of buikgevoel worden genomen en waaraan volgens mij minstens evenveel aandacht moet worden besteed.

Net als de Zwitsersen voor preciesheid, de Amerikanen voor pronk en grootsheid en de Duitsers voor kwaliteit staan, staan de Nederlanders voor liberaliteit.
Nederland is een natie die naar buiten onvoorstelbaar veel saamhorigheid uitstraalt.
Het beste en meest bekende voorbeeld daarvoor is het voetballen. Op internationale wedstrijden zijn het meestal de Nederlanders die het meest in het oog liggen, wat al door de bijna penetrante herkenningskleur oranje onvermijdelijk is. Maar oranje is juist niet alleen de kleur van het voetbaltricot, maar het is het symbool van een hele natie. Een symbool dat hun saamhorigheid sterkt en vervestigt.

Nederlanders zijn bijzondere mensen wat hun bedrag betreft. Zij dragen geen tricots in standardkleuren zoals zwart, wit of blauw. Zij dragen tricots in opvallend, in het oog springend neon-oranje wat hun heel bijzondere mentaliteit kenbaar maakt.

Dit voorbeeld geeft een vaag besef van het niet precies te defineren "oranje-gevoel". Daarbij hoort echter niet alleen de saamhorigheid bij het voetballen. Het Nederlandse gedoogbeleid maakt beslist een heel groot gedeelte van het "oranje-gevoel" uit. Daarom ligt het voor de hand dat Nederland een belangrijke bijzonderheid van zijn originaliteit kwijt zou raken als het gedoogbeleid daadwerkelijk wordt afgeschaft. De Nederlanders kunnen trots zijn op zichzelf. Zij vertonen eigenaardigheden en een dagelijks gedrag die je nauwelijks in een ander land terug vindt. Dus als je hun vermoedelijk meest belangrijke representatieve symbool van liberaliteit wegneemt, neem je tevens ook een gedeelte van hun originaliteit weg en dus ook een gedeelte van het zo unieke "oranje-gevoel".

... en wie weet hoe lang de voetbal tricots dan nog oranje zullen zijn ...

Dieses Referat wurde eingesandt vom User: fun.exe



Kommentare zum Referat Niederländische Drogenpolitik: